Is de fysieke winkel uitverkocht?

Laten webshops fysieke winkels verdwijnen?

Auteur: Delano de Wilde
Geplaatst: 31-10-2017

“Kijken, kijken niet kopen” is zeker onder de Nederlanders een bekend begrip waar veel mensen zich aan ergeren. Wij zijn al jaren echte koopjesjagers, maar deze ergernis heeft een hele nieuwe dimensie gekregen. Het is nu namelijk “Kijken, kijken en online kopen” geworden. Klanten passen in de winkel schoenen om erachter te komen welke maat ze nodig hebben en of de schoenen hen wel leuk staat, om ze vervolgens op de goedkoopst mogelijke site online te bestellen. Retailers zijn hiervan de dupe en webshops de grote winnaars. Iedereen met een beetje verstand van technologie kan tegenwoordig zelf een webshop maken en zelf een online winkel beginnen.

Naar verwachting zullen de online aankopen met 36% stijgen in 2020 (CBS, 2014). De leegstand in winkels zal de komende jaren verviervoudigen. Ook zullen binnen nu en 5 jaar 1 op de 3 winkels helemaal van de markt verdwijnen (Molenaar, 2013). Volgens Cor molenaar, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zijn de grootste boosdoeners hiervan de webshops. Want waarom zou je door de stroomde regen naar de stad gaan, om te zoeken naar die éne schoen of jas, die je uiteindelijk toch nergens kan vinden? In een online winkel heb je hem voor een betere prijs en is deze vaak de volgende dag nog bij je bezorgt. Het enige wat je daarvoor hoeft te doen zijn een paar muisklikken en een digitale betaling. Advieskantoor Booz & Company publiceerde in het Financieel dagblad zelfs een artikel waarin zij beweren dat de komende 7 jaar het winkeloppervlak met 2 miljoen vierkante meter terug zal lopen, dat is 17% van het totale oppervlak. Is hiermee het einde van het fysieke winkelen nabij en zullen de winkelstraten compleet uit het straatbeeld verdwijnen? Als we sommige kenners moeten geloven wel. Echter, ik ben van mening dat de opkomst van de webshops weinig tot geen invloed heeft op winkels en ik zal uitleggen waarom.

Overdreven

Ten eerste is het een normaal proces dat bedrijven komen en gaan. Tegenwoordig bestaat een bedrijf gemiddeld 15 jaar (Foster, 2012) en deze levensverwachting loopt alleen nog maar verder terug. Nederland zat ten tijde van deze metingen en voorspellingen in een recessie. Dit ging gepaard met het opkomen van de webshops. Het is dus moeilijk te zeggen of het sluiten van winkels en de mindere bezoekers veroorzaakt werd doordat mensen liever thuis hun producten bestelde, of doordat ze gewoon minder te besteden hadden.

Gerard Zandbergen van retail onderzoeksbureau Locatus stelt dat het zwaar overdreven is om te zeggen dat winkels te lijden hebben onder de opkomende webshops. Slechts 0,5% van de omzet lekt weg naar het internet (Locatus, 2015). Ook is 60% van de winkels überhaupt niet gevoelig voor webwinkels. Denk hierbij aan een kapper of benzinepomp. Je zult toch echt langs de benzinepomp moeten gaan voor een paar liter benzine. Daarna zijn er nog wel enkele sectoren die er weinig tot niets van merken. Dat zijn bijvoorbeeld fietswinkels, supermarkten en meubelboulevards.

De sector die wel echt last heeft van de opmars van de webwinkel is gewoonweg heel klein. Denk hierbij aan boekhandels, reisbureaus en banken. Deze zullen misschien op den duur verdwijnen, maar volgens Foster is dat een heel normaal proces. Het volledige overzicht van de branches die wel of niet te maken hebben met webshops staat in bijlage 1. Een veel gebruikt voorbeeld van tegenstanders van webshops is de videotheek. Zij zeggen dat er geen videotheken meer bestaan door de webshops. Dit is echter niet het geval. Videotheken gingen namelijk aanvankelijk ten onder aan de opkomst van het illegaal downloaden van films (Locatus, 2015). Later kwamen hier aanbieders als Netflix en Videoland bij, maar toen bestonden er al bijna geen fysieke videotheken meer.

Overzicht van branches die onder webshops te lijden hebben is kleinBron: Trouw, 2015

Social Shopping

Daarnaast bieden fysieke winkels iets aan wat webwinkels niet hebben en waardoor er dus altijd vraag zal zijn naar fysieke winkels. Dat is namelijk persoonlijke interactie. De verkopers in de winkel zijn vaak goed getraind om persoonlijk advies te geven, iets wat nu in webwinkels nog bijna niet gebeurt. Ook gaan veel mensen graag shoppen voor het sociale aspect dat het te bieden heeft. Gewoon een dagje winkelen met vrienden, winkeltje in, winkeltje uit. Dit heet social shopping (Visser&Sikkema, 2015). Mensen gaan vaak niet eens naar de stad met een vooraf opgesteld doel, maar laten het gewoon over zich heen komen en zien wel of ze iets leuks tegenkomen. De leuke dag is hierbij belangrijker dan daadwerkelijk iets kopen.

Een ander voorbeeld hiervan is de supermarkt. Er zijn steeds meer mensen die hun boodschappen thuis laten bezorgen zonder zelf maar 1 stap de deur uit te zetten. Toch zal een supermarkt nooit helemaal verdwijnen, omdat er genoeg mensen zijn die boodschappen gaan doen voor de sociale interactie. Voor hen is het het sociale uitstapje van de dag, waarbij ze veel bekenden tegenkomen. Door social shopping zullen winkels voorlopig dus niet verdwijnen. Daarnaast is het laten bezorgen van boodschappen nog erg duur voor sommige mensen. Zij gaan liever gewoon langs de winkel om zo kosten te besparen.

Hoe kunnen bedrijven aanhaken op de online ontwikkelingen?

Dit gezegd hebbende zijn er ook tal van mogelijkheden en verbeteringen voor winkels om niet ten onder te gaan aan de webshops. We leven nu in een tijd waarbij je niet meer om de digitale wereld heen kan. Net zoals het eigenlijk altijd al is geweest, geldt het ook nu voor winkels: survival of the fittest. Als ze willen blijven bestaan moeten ze zich blijven aanpassen aan de alsmaar veranderende technologische wereld om hen heen.

Reverse showrooming is een voorbeeld hoe winkels het aan kunnen pakken. Ikea is een bekend bedrijf wat hiermee werkt. Reverse showrooming kan gedaan worden met een app op je smartphone of tablet. Op deze app staat een catalogus met producten die het bedrijf heeft. Door met de camera in je woonkamer te richten zie je virtueel bijvoorbeeld een bank of tafel in je kamer verschijnen. Je kan hiermee spelen en de kleuren en modellen aanpassen. Op deze manier kan je als klant bepalen of het leuk staat in je huis en of je over wilt gaan tot aankoop. Klanten voelen zich ook meer betrokken bij het bedrijf en wat het te bieden heeft (Gfk, 2013). Dit kan positief doorwerken op de aantrekkingskracht van fysieke winkels.

Reverse showrooming valt onder het begrip omni-channel. Omni-channel, wat ook wel cross channel genoemd wordt, is de versmelting van de online en offline wereld. Steeds meer mensen zoeken thuis op het internet naar informatie over een product dat zij graag willen hebben en gaan het offline kopen. Zij willen zelf bepalen wat en wanneer ze iets kopen, onafhankelijk van de plaat en tijd. In de costumer journey zijn klanten allang niet meer alleen online te vinden.

Een andere trend die dit bevestigt en de laatste tijd nadrukkelijk in beeld komt zijn de zogenaamde ‘flagshipstores’. Dit zijn winkels die volledig toegewijd zijn aan één merk. Alles staat daarvan in het teken en op deze manier proberen ze hun doelgroep zo goed mogelijk van dienst te zijn. Voorbeelden hiervan zijn Apple en Amazon die dit al jaren doen. Nu komt daar binnenkort ook Zalando bij met een fysieke winkel en sinds kort zijn er al 7 fysieke winkels van Coolblue te vinden in het straatbeeld. Het is juist interessant dat het deze winkels zijn, omdat deze allemaal zouden vallen in de sector waarbij alleen nog maar online geshopt zou worden. Telefoons, computers, kleding, dit werd tot voor kort vooral online verkocht. Dat deze winkels van online naar offline gaan bevestigt dus de behoefte naar omni-channel.

De meeste retailers hebben in deze tijd wel iets van een online ondersteuning om hun producten te promoten of verkopen. Uit een onderzoek van het Gfk uit 2013 blijkt dat het gebruik van smartphones voor online aankopen en online informatie stijgt, evenals het gebruik van tablets. In 2013 was het nog 33%, maar in 2020 zal het toenemen tot 54%. Ook blijkt uit een onderzoek van het Gfk een jaar later dat maar liefst de helft van alle zoekopdrachten op google via de smartphone wordt gedaan. Retailers zullen er dus voor moeten zorgen dat hun website ook goed werkt op smartphones en tablets. Dit heet responsive webdesign.

Conclusie

Na alle feiten op een rij te hebben gezet kom ik tot de conclusie dat het fout is om webshops als gevaar te zien voor fysieke winkels. Uit onderzoeken is gebleken dat het merendeel van de winkels helemaal niet gevoelig is voor de concurrentie van webshops. Minder dan een halve % van de omzet verdwijnt naar webshops. Ook horen veel winkels er nou eenmaal bij en bieden meer dan webshops, zoals sociale connecties en écht persoonlijk advies. Het kleien percentage winkels dat wel in de gevarenzone zit vanwege webshops kan het hoofd boven water houden door mee te gaan met de laatste trends. Daaruit blijkt o.a. dat mensen steeds meer behoefte hebben aan omni-channel, waarin de online -en offlinewereld versmelten. Grote bedrijven die voorheen juist uitsluitend online opereerde openen nu flagshipstores. Ook dit bevestigt alleen maar dat mensen nog lang niet uitgekeken zijn op het offline winkelen!

Lees ook:

Maakt een trap je aantrekkelijker?

Beïnvloeding van het energieverbruik