Beïnvloeding van het energieverbruik

Auteur: Delano de Wilde

Datum: 9-6-2017

Opdracht: Verminderen energieverbruik in Rotterdam

Inleiding

Zowel op nationaal als internationaal gebied wordt de noodklok geluid. Er moet nu iets gebeuren om het energieverbruik terug te dringen en het duurzame energiegebruik te bevorderen. De hoeveelheid energie wat bespaard wordt is grotendeels afhankelijk van het gedrag van de bewoner (Tichelaar & Leidelmeijer, 2012). Het energieverbruik kan dus terug worden gedrongen als we het gedrag van de bewoners weten te veranderen. Om gedrag te veranderen moet je als eerst de attitude veranderen. Met behulp van literatuur zijn er adviezen opgesteld die kunnen bijdragen aan deze veranderingen, met als gevolg vermindering van het energieverbruik. De Gemeente Rotterdam heeft om advies gevraagd om energieverbruik te verminderen. Daarvoor zijn onderstaande adviezen opgesteld.

Commitment en consistentie

Het eerste advies is om de bewoners voor zichzelf doelen op te laten stellen die te maken hebben met energiebesparingen. Dit kan bijvoorbeeld op een poster, zodat ook de kinderen in het gezin mee kunnen doen. Met deze doelen zorg je ervoor dat de afspraken die de bewoners met elkaar maken door elkaar in de gaten kan worden gehouden (Egmond et al., 2010). Een doel zou kunnen zijn om minder lang te douchen of een zuinige boiler aan te schaffen. Een mens is een erg sociaal wezen en het maken van afspraken zorgt daarnaast ook nog eens voor commitment en consistentie (Cialdini, 2009). Dat zit namelijk zo: Mensen willen in overeenstemming leven met hun woorden, attitudes en daden, zeker in de ogen van anderen. Als je de bewoners dus eerst doelen laat stellen voor meer energiebesparing en ze voor zichzelf laat uitleggen waarom dit belangrijk is, zullen ze zich er eerder aan houden. Ze willen zich dan consistent gedragen aan hetgeen waar ze zich aan hebben verbonden.

Bij dit advies moet wel rekening gehouden worden met het rebound-effect (Ira Hyman, 2010) Het rebound-effect houdt in dat de bewoners juist het tegenovergestelde gaan doen van het doelgedrag. Een goed voorbeeld hiervan is dat mensen langer gaan douchen, omdat ze toch een zuinige boiler hebben. De bewoners moeten hiervan op de hoogte worden gesteld. Dit kan met een campagne waarbij flyers uit worden gedeeld met deze gevallen. Hierdoor worden de bewoners bewust gemaakt van het rebound-effect en zal het verminderen of geheel afnemen.

Een ander advies dat inspeelt op de consistentie is om de bewoners geld in te laten zetten op de doelen die ze opgesteld hebben. Mensen zien energiebesparing als bedreiging voor hun wooncomfort (A. Demir, 2009) en zijn daarom niet snel gemotiveerd om er iets voor te doen. Om de inzet voor energiebesparing toch te stimuleren moeten de bewoners geld inzetten op het doel, zodat ze zich eraan houden. Er zijn websites waar je geld in kan zetten op doelen, waarbij je het terug krijgt als het doel bereikt is. De bewoners zullen daardoor meer inzet tonen, omdat ze het geld terug willen. Mensen schatten hun eigen prestaties hoger in dan het in werkelijkheid is (Thaler & Sunstein, 2009). Bewoners zullen daardoor sneller de uitdaging aangaan om geld in te zetten op een van die doelen, omdat ze denken het toch makkelijk te kunnen halen.

Sociale bewijskracht

Ook kan het gedrag worden veranderd d.m.v. sociale bewijskracht. Mensen zijn vele malen gevoeliger voor wat anderen mensen doen en over hen denken, dan dat ze zich inzetten voor het milieu (Cialdini, 2009). Dit is toe te passen door de boodschap van reclames en campagnes over energiebesparing niet te baseren op het feit dat het slecht is voor het milieu, maar op het feit dat alle anderen mensen uit de wijk ook afval scheiden, spaarlampen hebben en andere energiebesparende dingen doen. Volgens Cialdini is dit veel effectiever. Hoe meer andere individuen het ook doen, hoe beter. Door het goede voorbeeld wat de bewoners dan geven, zijn kinderen sneller geneigd dit goede gedrag over te nemen door imitatie (Bandura, 1977). Kinderen leren door te ze observeren wat anderen doen en dan met name mensen waar zij naar opkijken als rolmodel. Hierdoor speelt de stad Rotterdam ook goed in op de toekomst. Door kinderen nu te laten zien hoe je goed met energie om moet gaan, zullen zij dat later zelf ook doen.

Laat het zien!

Energie is onzichtbaar en dat is ook meteen de grote valkuil. De bewoners hebben geen idee hoeveel ze nou daadwerkelijk verbruiken, dus ze voelen zich er ook niet slecht bij. Door overmatig energieverbruik zichtbaar te maken aan de bewoners zal dit zeker afnemen. Uit onderzoek blijkt dat het energieverbruik met 40% daalt als bewoners te zien krijgen wanneer zij te veel gebruiken (Thaler & Sunstein, 2009). Deze feedback kan bijvoorbeeld getoond worden door een bal die rood opgloeit bij te veel energieverbruik en groen opgloeit als je het goed doet. Hierdoor is de bewoner altijd op de hoogte van het energieverbruik. Deze gegevens van energieverbruik kunnen ook gedeeld worden met de wijk, waardoor er een soort competitie kan ontstaan, maar daar straks meer over.

Wederkerigheid

Om verder te gaan op het laatst gegeven advies, is het volgende advies om deze lamp die aangeeft hoeveel je verbruikt gratis aan de bewoners te geven. Door mensen iets te geven voelen zij zich in zekere maten verplicht iets evenredigs terug te doen of te vergoeden (Cialdini,2009). Het is dus een goed idee om dat lampje wat feedback geeft over je energieverbruik aan de bewoners te geven als cadeau. Doordat de bewoners zich dan iets verschuldigd voelen, zullen zij het lampje gaan gebruiken. Het gebruik van dit lampje zal leiden tot vermindering van het energieverbruik (Thaler & Sunstein, 2009).

Bij de lamp komt ook weer sociale bewijskracht kijken. Andere mensen kunnen namelijk ook zien dat je onzuinig leeft. Als mens ben je niet blij dat iedereen dat kan zien en een oordeel over jou heeft. Hierdoor gaan mensen beter hun best doen om niet buiten de boor te vallen. Wat andere mensen belangrijk vinden vind jij namelijk ook eerder belangrijk (Cialdini, 2009)

Straffen of belonen?

Het laatste advies is om positief gedrag te belonen i.p.v. negatief gedrag te straffen. Het belonen van positief gedrag heeft namelijk een groter effect dan het straffen van negatief gedrag (Skinner, 1938). Bewoners die dus goed omgaan met het energieverbruik en goed scoren met een eventuele lamp die vaak groen opgloeit moeten beloond worden. De beloning kan van alles zijn, maar het advies is om het niet tastbaar te maken. Het bijhouden van een scoreboord waar de beste gezinnen uit de wijk opstaan is een voorbeeld. Dit brengt tevens het element gamification met zich mee, waardoor er op een leuke manier een soort competitie onder de bewoners ontstaat om zo zuinig mogelijk te leven.

Conclusie

Door bovenstaande adviezen op te volgen en uit te voeren zal het energieverbruik in de Gemeente Rotterdam verminderen. Hier zitten enkele psychologische beïnvloedingstrategieën achter, zoals commitment en consistentie, waarbij de bewoners zelf doelen op moeten stellen en deze moeten naleven. Ook heeft sociale bewijskracht een groot effect, omdat bewoners gevoelig zijn wat anderen over hen denken. Daarnaast helpt het zichtbaar maken van energieverbruik d.m.v. een speciale lamp. Hiermee speel je niet alleen in op het principe van wederkerigheid, waardoor de bewoners zich verplicht voelen ermee aan de slag te gaan, maar er kan ook een gamification element aan gekoppeld worden. Hiermee wordt goed gedrag beloond, wat het leuk maakt voor de hele buurt!