Maakt een trap je aantrekkelijker?

Delano de Wilde
Student Human Technology
17/4/2016, 17:54

Samenvatting

In dit onderzoek wordt gekeken ofer een significant verschil is in de beoordeling van het uiterlijk van een vrouw, na het nemen van een hoge trap en na het nemen van de lift. Het onderzoek is geïnspireerd op een reeks psychologische experimenten die in de jaren 60 zijn uitgevoerd door Schachter en Singer. Er werd gekeken naar de theorie van misattributie van opwinding. Wat hier uitkwam is dat mannen een vrouw hoger beoordeelden na het nemen van een hoge gevaarlijke brug, dan na het nemen van een lage brug. Mijn onderzoek is onder 42 mannen uitgevoerd, die allemaal aan de Haagse Hogeschool studeerde. De locaties waren de lange loopbrug van de ovaal naar de slinger en de lift. Bijna iedere respondent die met de trap naar de 3e verdieping gegaan was, had een snellere ademhaling of was zelfs aan het hijgen. De mannen werd gevraagd een cijfer tussen de 0 en 100 te geven aan een vrouw die werd getoond op een foto. Eerst 21 mannen na het nemen van de trap en de andere 21 na het nemen van de lift. Al hoewel het gemiddelde bovenaan de trap met 0,45 punten hoger lag dan bij de lift, blijkt er toch geen significant verschil te zijn. In dit geval beoordeel je het uiterlijk van een vrouw dus niet hoger na het nemen van een hoge trap, dan na het nemen van de lift.

INLEIDING

In het tweede blok van het tweede jaar Human technology heb ik de minor ‘psychologie’ gevolgd. Een erg leerzame en vooral interessante minor. Vooral de sociale psychologie sprak mij erg aan. In de sociale psychologie is veel onderzoek gedaan naar misattributie van opwinding. Schachter en Singer deden hier in 1962 voor het eerst onderzoek naar. Daar lieten ze mannen over een hoge en een lage brug lopen, die boven een ravijn hing. Op beide bruggen stond een jongedame die hen een aantal vragen stelde. Aan het einde gaf ze haar telefoonnummer aan de respondenten mee op een briefje. Uit later onderzoek bleek dat de mannen die op de hoge brug hebben gestaan haar veel vaker terug belden dan de mannen die op de lagere en veel minder enge brug hebben gestaan. Deze theorie stelt dat je bepaalde fysiologische verschijnselen koppelt aan een verkeerde bron. De mannen kregen door de hoge brug een verhoogde hartslag en zweet handjes, ofwel: opwinding. Een normale reactie van je lichaam als je opgewonden wordt. Hun brein koppelde dit aan de mooie dame die op de brug stond. Zonder het door te hebben dachten ze onbewust dat hun hart sneller klopte door de vrouw en vonden haar een stuk aantrekkelijker. Ik vond dit onderzoek zo interessant dat ik wilde weten of dit ook gebeurt op de Haagse Hogeschool. Mijn verwachting is dat ook hier mannen een hogere beoordeling geven na het nemen van de hoge brug. De condities kunnen natuurlijk niet helemaal hetzelfde zijn, omdat er geen ravijn is in de school. Ik kan het wel er zoveel mogelijk op laten lijken. De trap van de ovaal naar de 3e etage op de slinger is redelijk stijl, wat voor een verhoogde hartslag zorgt en het bestaat uit glas. Je kunt dus zien dat je je op een redelijke hoogte bevindt.

Vraagstelling

De onderzoeksvraag luidt: Zorgt het nemen van een hoge trap voor hogere beoordelingen op uiterlijk dan na het nemen van de lift?

H0: Er is geen verschil in de beoordeling op uiterlijk tussen mannen die de trap hebben genomen en de lift.

H1: Er is wel verschil in de beoordeling op uiterlijk tussen mannen die de trap hebben genomen en de lift.

ONDERZOEKSMETHODE

Om achter de vraagstelling van dit onderzoek te komen zijn 41 mannen van de Haagse Hogeschool ondervraagt.

Als eerste is er gemeten op de trap die van de ovaal naar de slinger gaat. Op deze trap krijgen veel mensen een verhoogde hartslag. De treden liggen net niet lekker genoeg bij elkaar vandaan, waardoor je sneller buiten adem raakt. Ook spelen de ramen een grote rol. Je kan namelijk zien hoe hoog je bent, doordat alles van glas is. Dit kan ook voor een beetje extra opwinding zorgen. Hier sprak ik mannen aan die enigszins vermoeid of buiten adem boven aan de trap kwamen en dus naar mijn idee een misattributie van opwinding hadden.

Vervolgens werd hen een foto van een knappe vrouw op A3 getoond. (Zie afbeelding 1) De respondenten werd staande gehouden en kreeg de vraag wat voor cijfer ze haar wilde geven op basis van haar uiterlijk. Ze konden daarbij kiezen voor cijfers tussen de 0 en 10, met cijfers achter de komma. Een 7,5 was bijvoorbeeld een correct antwoord. Ik vermelde met opzet er niet bij dat het om een onderzoek ging en dat ik de studie Human Technology deed. Anders zouden ze misschien sociaal wenselijke antwoorden kunnen geven, als ik vertelde dat het om een onderzoek ging waarbij ik keek of mensen die net de trap hadden genomen een hogere beoordeling zouden geven. Veel respondenten vroegen achteraf wel waarvoor het was en welke opleiding ik deed, dan vertelde ik het wel. Ik noteerde de cijfers achterop het A3. In totaal zijn er 21 mannen boven aan de loopbrug om hun mening gevraagd. Er is niet gevraagd om leeftijden, want dat variabele doet er niet toe in mijn onderzoek. Het enige wat van belang is, is dat het mannen zijn, want vrouwen zouden haar uiterlijk hoogstwaarschijnlijk anders beoordelen dan mannen.

De gebruikte afbeelding in het onderzoek
Afbeelding 1: De gebruikte foto van de vrouw

Hetzelfde gebeurde bij de lift. Het was de lift op de 5e verdieping. Hier was ik zeker dat de mannen meerdere verdiepingen in de lift hadden gezeten. Net al op de trap werd er aan de mannen gevraagd wat voor cijfer ze aan haar gaven op basis van haar uiterlijk. Ook hier werden de resultaten op de achterkant van het A3 genoteerd. Om in balans te zijn met de trap zijn ook hier 21 mannen naar hun mening gevraagd wat betreft het uiterlijk van de vrouw op de foto. Hier ging het iets sneller, want het waren vaak groepjes mannen die uit de lift kwamen die een cijfer gaven op basis van haar uiterlijk.

RESULTaten

Alle antwoorden van de respondenten zijn genoteerd en in een tabel gezet. (Tabel 1) De cijfers variëren van een 6 tot een 10. Deze gegevens zijn in SPSS ingevoerd. Eerst om te kijken wat het gemiddelde was (Tabel 2) en vervolgens of er significant verschil tussen zat.

Allereerst moest gekeken worden welke toets er uitgevoerd moest worden. Het is een verschilvraag, waarbij de splitsingsvariabele nominaal is, namelijk de trap of de lift. Het cijfer is ratio. De steekproef was ongepaard, waardoor er een ongepaarde t-test uitgevoerd moest worden. (Tabel 3)

Trap vs. lift
Tabel 1: Alle ontvangen cijfers bij de trap en lift

uitkomsten
Tabel 2: Gemiddelde en standaarddeviatie trap en lift

Uit het onderzoek en de daarop volgende analyse is gebleken dat de gemiddelde beoordeling op het uiterlijk van de vrouw op de trap iets hoger lag dan bij de lift, namelijk 0,45 punten. Binnen de steekproef kan je dus zeggen dat mannen die de trap hebben genomen eerder een hogere beoordeling geven voor haar uiterlijk dan mannen die de lift hebben genomen. Het verschil is niet heel groot, maar het valt zeker op. Doordat het een steekproef is mag je dit niet zeggen dat het ook zo is over de gehele populatie. Dan moet de sig lager zijn dan 0,05.

uitkomsten
Tabel 3: T-test independent sample

Er is echter verder gebruik gemaakt van de t-test. (Tabel 3) Hier mag de sig niet hoger zijn dan 0,05, anders wordt de 0 hypothese verworpen. De sig is hier 0,083, wat wil zeggen dan H0 wordt verworpen en er dus geen significant verschil is.
Er is dus geen verschil in de beoordeling op het uiterlijk tussen mannen die de trap nemen en mannen die de lift nemen.

DISCUSSION

Volgens de uitkomst van de t-test is er geen significant verschil. Er mag dus niet geconcludeerd worden dat mannen die de trap hebben genomen een hogere beoordeling geven voor haar uiterlijk. De theorie van misattributie van opwinding gaat in dit geval dus niet op. Desondanks geloof ik nog steeds heel erg in het bestaan van deze theorie. Ik ben ervan overtuigd dat als ik een nóg hogere brug had genomen, die nog enger was, zoals hangend aan enkele touwen, de theorie wel had kunnen werken. In dit geval waren de respondent gewoon niet genoeg “aroused” door de omgeving. Ook is er geen rekening gehouden dat sommige mannen in de lift ook in zekere maten opgewonden kunnen raken. De lift kan snel stijgen en dalen en sommige mensen hebben last van liftangst. Hier is niet naar gekeken. In de toekomst lijkt het me heel interessant om grotere verschillen te creëren in de locaties, zodat er toch een significant verschil ontstaan. Dan kan ik eindelijk concluderen dat de theorie van misattributie van opwinding bestaat.
Daarnaast zal het ten goede van het resultaat komen als er meer respondenten worden gebruikt. Het waren er nu maar 21 per locatie. Dit komt omdat er op de loopbrug maar 1 man per 5 à 10 minuten naar boven kwam gelopen, die ook nog enigszins buitenadem was. In het vervolg moet dit groter aangepakt worden om tot een betrouwbaarder resultaat te komen.

Referenties

Elliot, A. (2007). Sociale psychologie. 8e editie. Misattributie van opwinding, p.159-162.

Foto vrouw: Evan Rachel Wood, www.sheknows.nl